Feelgoodfragment - De buurvrouw
Een ingekort fragment uit de eerste versie van mijn manuscript Een kat als erfenis.
De buurvrouw
Moe van de emoties loop ik naar mijn appartement dat zich halverwege de gang bevindt. Nog zes deuren te gaan. Ik hoop al heel lang op het moment waarop ik voor het eerst aan Jolanda’s aandacht weet te ontsnappen, maar met haar uitgebreide welkomst- en uitzwaairitueel is dat tegen beter weten in. Nog vier. Misschien komt uitgerekend vandaag dat moment. Het zou letterlijk een geschenk uit de hemel zijn. Nog twee. Ik pak de sleutel uit mijn tas, en loop zo achteloos mogelijk naar mijn voordeur. Terriër Moos, die er schattiger uitziet dan hij is, gromt naar me wanneer ik dichterbij kom.
Ik stop de sleutel in het slot, draai hem om en net als ik met een mengeling van opluchting en wantrouwen mijn voordeur open klinkt de schelle stem van Jolanda door de gang.
‘Zeg Naat, wacht effe.’ Jolanda geeft Moos terug aan haar zus Samantha en loopt naar me toe. Jolanda is zo iemand die elke naam afkort. Bobs naam sprak ze altijd moeilijk uit, alsof iemand niet van zichzelf al een eenlettergrepige naam kan hebben. ‘Die kat van jou, die heb de hele flat bij mekaar geblèrd met dat mauwen van hem.’
Net als ik wil vragen of ze het geluid heeft verward met het vioolspel van mijn buurmeisje, klinkt Mila's onmiskenbare geluid uit de woonkamer. Tegelijk bereikt een poepgeur mijn neus. Dat is natuurlijk de oorzaak van haar klaagzang; een stinkende kattenbak.
‘Je had die kat vanochtend nooit moeten aannemen van je ex. Jullie hadden zeker zo’n omgangsregeling voor dat beest, nu is er trammelant in de tent en een ander heb er last van. Ik zag het wel, je bracht die kat snel naar binnen en toen ging je ervandoor naar een feessie.’ Jolanda wijst naar mijn zwarte jurkje.
Zelfs nu is ze overtuigd van haar eigen versie van het verhaal.
Ik krijg niet eens de kans om het uit te leggen.
‘Dat beest hoort in het asiel. Als ie morgen niet weg is dan bel ik de huisbaas. Dan kan je zelf ook gaan verhuizen.'
Jolanda moet wel een erge hekel hebben aan katten. En mensen.
Samantha stapt naar voren en duwt Jolanda subtiel naar achteren alsof ze wil zeggen: het is beter om het aan mij over te laten.
‘Maak het jezelf nou niet zo moeilijk lieverd. Mijn zussie heeft gelijk, katten horen in het asiel. Breng dit kreng daar nou ook gewoon heen, dan is iedereen blij. Kun jij hier lekker blijven wonen. Dat vind jij ook hè Moosje?’ Ze brabbelt nog wat troetelwoordjes tegen Moos en loopt dan Jolanda’s appartement in.
Opnieuw bereikt de geur van kattenpoep mijn neus. Hoog tijd om de kattenbak te verschonen.
Ik sluit de voordeur en open de deur van de woonkamer. Ik weet niet wat er op dat moment zwaarder tot me doordringt; de geur van kattenpoep, of het besef dat ik helemaal nog geen kattenbak heb.