Hebban Zomerlezen schrijfwedstrijd

Lees hier het verhaal dat ik instuurde voor de Hebban Zomerlezen schrijfwedstrijd. De opdracht: schrijf een kort verhaal bij een van de drie foto's.

Leuk weetje: dit verhaal ontstond uit een scène die ik schreef als huiswerkoefening voor mijn schrijfcursus. Hieruit ontstond weer het verhaalidee voor het feelgoodverhaal een Kat als erfenis, waarvan ik een deel van het manuscript al in concept heb geschreven.


Opnieuw een nieuw begin
‘Bel jij Leonardo? Dan kies ik een film.’ Uitgeput val ik op de bank. Tegen de muur van de woonkamer van mijn tweekamerappartement staan nog acht volle verhuisdozen. Had ik geweten dat Maurice zoveel spullen zou meenemen, dan had ik mijn aanbod om bij mij in te trekken heroverwogen. Door de tweedehands kast die we vandaag hebben opgehaald om extra opbergruimte te creëren, is onze leefruimte in de woonkamer behoorlijk geslonken. Aan de eerder nog zo stijlvolle mosgroene muur hangt nu een afzichtelijk canvas; een vrouw in een zomerjurk ligt op haar rug op een oranjebruin picknickkleed. Naast haar een tennisracket en citroenen die voor tennisballen moeten doorgaan. Zoiets, denk ik. Heus, ik heb het geprobeerd, om te begrijpen welke metafoor erachter schuilgaat. Maar ook al probeer ik me op te stellen als kunstexpert, ik zie het niet. Of misschien juist daarom niet. Het leverde in ieder geval een hilarisch tafereel op toen Maurices ex hetzelfde inzicht kreeg. Het canvas werd net zo onverbiddelijk gedumpt als Maurice.
‘Wil jij bellen? Ik ben kapot.’ Kreunend ploft Maurice naast mij op de bank. Speels por ik in zijn zij. ‘Auw! Dat doet zeer.’
Ik grinnik. Ondanks dat Maurice gespeeld aanstellerig klinkt, vermoed ik een typische vorm van mannelijke spierpijn na een productieve dag.
‘Je handen en stem functioneren nog prima.’ Ik schuif de telefoon naar hem toe. ‘Een mooi moment voor een eerste taakverdeling binnen ons gezamenlijke huishouden.’ Demonstratief zwaai ik met de afstandsbediening, zodat hij kan zien dat ik daar mijn handen aan vol heb. Zuchtend belt Maurice de pizzeria.

Al binnen een kwartier ligt hij te snurken. In de drie maanden van ons samenzijn heb ik dit niet eerder gehoord, en uitgerekend op de eerste dag dat we samenwonen begint hij met het produceren van oncharmante geluiden. De gedachte om de dertig vierkante meter woonruimte met iemand te moeten delen, maakt me nog steeds onrustig. Maar zodra ik een blik werp op Maurices strakke kaaklijn en gespierde armen neemt de liefde mijn ergernis en onrust weg. We schrikken op als de bel gaat. Eindelijk! Daar is de pizza.
Verwachtingsvol open ik de voordeur. Ik sta op het punt de pizzabezorger enthousiast te begroeten. Maar degene die voor mijn deur staat, is niet de pizzabezorger.
‘Alex, ik eh… had je niet verwacht.’
‘Dat snap ik, want zoals je weet hoefde ik je niet meer te zien.’
‘Juist.’
Toen we zeven maanden geleden uit elkaar gingen, was zijn boodschap duidelijk. Hoe lang was ik nog van plan in dit kabouter-appartement te blijven hangen? Of ik wilde stoppen met reizen zodat we samen een huis konden kopen en een gezin konden stichten. Ik kreeg een deadline van een maand om mijn leven te veranderen en me op onze toekomst te richten. Ik vond dat ik maar een dag nodig had om mijn leven te veranderen. Meer had ik niet nodig om Alex de deur te wijzen. Hij wilde me nooit meer zien. En nu staat hij hier. Hoe ironisch.
‘Maar goed, mijn moeder wilde per se dat je dit zou krijgen. Je had het er altijd over.’ Terwijl Alex opzij stapt om het erfstuk van mijn onlangs overleden ex-schoonmoeder te pakken, vraag ik me af wat het in hemelsnaam kan zijn.
‘Wat duurt het lang Kathy! Alles goed??’ De stem van Maurice heeft blijkbaar ineens hetzelfde volume als dat van een stadsomroeper.
‘Zo, jij laat er geen gras over groeien,’ klinkt de gedempte stem van Alex die nu op zijn hurken zit en in een grote doos grabbelt. Blijkbaar is het niet zo makkelijk om het erfstuk te pakken te krijgen.
Ineens begint het me te dagen. Ik draai me om en kijk angstvallig naar de beperkte ruimte in mijn appartement. Als het maar niet…
‘Miaaaauuuuuwww!’ Tijger spartelt, klauwt en krijst terwijl Alex haar met twee handen voor zich houdt alsof Tijger het smerigste is dat hij ooit heeft vastgehouden. Hoofdschuddend neem ik Tijger over, werp haar de woonkamer in en sluit snel de deur naar de hal.
‘Kathy wat is dit?!’ Ik draai me om en zie tot mijn schrik de deurklink naar beneden gaan.
‘Maurice stop!’ Hoe slecht de komst van Tijger ook uitkomt, het idee dat ze in paniek door het appartementencomplex rent, bezorgt me meer stress.
‘Maar je kunt niet…!’ probeert Maurice. De rest van de zin wordt gesmoord door een harde klap.
‘Wacht nou even tot ik terug ben!’ Mijn frustratie over de twee zeurende mannen klinkt door in mijn stem.
Terug bij de voordeur zie ik aan de dalende cijfers boven de lift dat Alex inmiddels op galante wijze de verdieping heeft verlaten.

Zodra ik de deur van de woonkamer open krijg ik de schrik van mijn leven. De kast die Maurice en ik met veel moeite op de plek hadden geschoven, maar alleen nog aan de muur verankerd moest worden, ligt languit in het midden van de woonkamer. Tijger, die zich in een open vak van de kast heeft genesteld, kijkt me angstig aan.
De lieverd heeft meteen duidelijk gemaakt dat over smaak te twisten valt, want de vrouw op het canvas is op gruwelijke wijze toegetakeld. Drie keurig synchroon lopende scheuren sieren het doek. Er valt geen misverstand over te bestaan dat die zijn veroorzaakt door scherpe kattennagels.
‘Wat is hier gebeurd?’
‘Waar lijkt dit op?’
Ik schrik van Maurices intimiderende toon. ‘Je had beter moeten opletten!’
‘Volgens mij is dit toch echt jouw kat. Maar weet je, zoek het lekker uit. Ik trek deze chaos niet meer!’
Sneller dan ik doorheb beent Maurice naar de voordeur. Ik werp een blik op de fruit etagere in de keuken en kom bijna in de verleiding om een citroen in zijn richting te gooien. Het zou een toepasselijk afscheid zijn. Maar ik besluit mijn waardigheid te behouden. Op dramatische wijze trekt Maurice de voordeur hard achter zich dicht, terwijl ik achterblijf in chaos.